FVD is de echte anti-fascistische beweging
FVD is de echte anti-fascistische beweging
Wanneer iemand Forum voor Democratie fascistisch noemt, ontstaat onmiddellijk een probleem. Niet voor FVD, maar voor de definitie van fascisme. Want fascisme is één van de meest misbruikte begrippen van onze tijd geworden. Het wordt gebruikt als moreel scheldwoord voor alles wat nationaal, conservatief, kritisch op immigratie, kritisch op de EU of kritisch op globalistische macht is. Maar wie werkelijk wil begrijpen wat fascisme is, moet niet beginnen bij hedendaagse politieke tegenstanders. Hij moet beginnen bij Mussolini, bij Gentile, bij het corporatisme en bij de fascistische staatsleer zelf.
En dan gebeurt iets opmerkelijks. Hoe meer men het historische fascisme bestudeert, hoe moeilijker het wordt om het met conservatisme te verwarren. Het fascisme was geen behoudende beweging. Het fascisme was een revolutionaire beweging. Mussolini wilde geen bestaande samenleving beschermen. Hij wilde een nieuwe samenleving scheppen, een nieuwe mens vormen, een nieuwe politieke orde creëren en uiteindelijk een nieuw Rome bouwen. Dat is precies waarom Mussolini niet uit de conservatieve traditie kwam. Hij kwam uit de revolutionair-socialistische traditie en was hoofdredacteur van Avanti!, de krant van de Italiaanse Socialistische Partij. Zijn breuk met Marx ging niet over collectivisme. Zijn breuk ging over welk collectief centraal moest staan. Voor Marx was dat de arbeidersklasse. Voor Mussolini werd dat de natie. Maar het principe bleef hetzelfde: het individu is ondergeschikt aan een hoger collectief doel.
De filosoof Giovanni Gentile gaf het fascisme vervolgens zijn intellectuele fundament. Volgens Gentile was de staat niet slechts een bestuurder, maar de hoogste uitdrukking van de collectieve wil. Daarom luidde de fascistische formule: “Alles binnen de staat. Niets buiten de staat. Niets tegen de staat.” Dat is fascisme. Niet liefde voor cultuur. Niet liefde voor geschiedenis. Niet liefde voor nationale identiteit. Maar de onderwerping van de samenleving aan een hoger politiek project. Zelfs het fascistische symbool laat dat zien. De fasces, de bundel stokken. Werkgevers, werknemers, vakbonden, industrie en maatschappelijke organisaties moesten worden samengebracht in één nationaal lichaam. Dat noemde Mussolini corporatisme. Niet pluraliteit. Niet decentralisatie. Maar integratie. Niet onafhankelijke instituties. Maar één collectieve richting.
En juist daar begint de ironie. Want wanneer we kijken naar de denkers achter FVD komen we niet uit bij Gentile, Mussolini of het corporatisme. We komen uit bij Burke, Tocqueville, Scruton, Kuyper en Spengler. Denkers die allemaal waarschuwden voor centralisatie van macht. Denkers die beschaving zagen als iets dat langzaam groeit en die geloofden dat tradities, gemeenschappen en instituties niet zomaar vervangen kunnen worden door politieke ontwerpen. Hun vraag was niet: “Hoe bouwen we een nieuwe mens?” Hun vraag was: “Hoe beschermen we de beschaving die al bestaat?” Dat is het verschil tussen revolutie en conservatisme.
Er is bovendien een veel eenvoudiger manier om de beschuldiging te toetsen. Kijk simpelweg naar de standpunten van FVD. FVD pleit voor bindende referenda, meer directe democratie, machtsoverdracht vanuit Brussel terug naar nationale parlementen, een kleinere overheid, lagere belastingen, minder bureaucratie en minder technocratische besluitvorming. Dat zijn opmerkelijke standpunten voor een partij die voortdurend van fascisme wordt beschuldigd. Fascistische systemen kenmerken zich immers juist door centralisatie van macht, integratie van instituties en het verplaatsen van beslissingen van burgers naar bestuurders. FVD bepleit in vrijwel alle gevallen het tegenovergestelde: decentralisatie, democratische controle en versterking van de invloed van burgers ten koste van bestuurlijke elites.
Dat brengt ons bij het heden. Want wie wil vandaag de samenleving heropvoeden? Wie wil taal veranderen, geschiedenis herschrijven, cultuur deconstrueren en nationale identiteiten vervangen door supranationale structuren? Wie wil onderwijs gebruiken voor maatschappelijke transformatie? Wie wil bedrijven, media, NGO’s, universiteiten en overheden in dezelfde morele richting laten bewegen? Dat zijn geen conservatieve impulsen. Dat zijn revolutionaire impulsen. Niet omdat zij noodzakelijk slecht zijn, maar omdat zij uitgaan van hetzelfde uitgangspunt: de samenleving is maakbaar.
En precies dat idee zien we terug in veel hedendaagse machtsstructuren. De EU, de Green Deal, de SDG-agenda, ESG-beleid, stakeholderkapitalisme en de Vierde Industriële Revolutie vertrekken allemaal vanuit de gedachte dat experts, bestuurders en internationale instituties de samenleving kunnen sturen richting een gewenste toekomst. Tegelijkertijd zien we overheden, supranationale instellingen, grote bedrijven, NGO’s, universiteiten en media steeds vaker in dezelfde richting bewegen. Niet noodzakelijk door samenzwering, maar door gedeelde doelen, gedeelde beleidsagenda’s en gedeelde bestuursstructuren. Historisch gezien lijkt dat veel meer op corporatistische integratie dan op klassiek pluralisme.
De autoritaire impuls van de 21e eeuw komt bovendien niet in zwarte hemden. Zij presenteert zich als duurzaamheid, inclusiviteit, gelijkheid, veiligheid en technocratisch bestuur. Niet “gehoorzaam de staat”, maar “vertrouw de experts”. Niet “onderwerp je”, maar “volg de wetenschap”. Niet “denk zoals wij”, maar “sta aan de goede kant van de geschiedenis”. De vorm is veranderd, maar de onderliggende ambitie blijft herkenbaar: steeds meer maatschappelijke domeinen onderbrengen binnen één overkoepelend bestuurlijk en moreel project.
Misschien is dat de grootste ironie van onze tijd. De mensen die zichzelf anti-fascistisch noemen, bestrijden vaak degenen die zich verzetten tegen centralisatie van macht, terwijl zij tegelijkertijd systemen verdedigen waarin macht steeds verder wordt geconcentreerd buiten het bereik van de burger. En precies tegen die ontwikkeling verzet Forum voor Democratie zich. Niet omdat FVD perfect is, maar omdat zij een vraag stelt die iedere vrije samenleving zichzelf moet blijven stellen:
Wie bestuurt eigenlijk wie?
De burger de staat?
Of de staat de burger?
Bron; Forumland