Een kwestie van vertrouwen?

Over dubbele standaarden, wantrouwen en oorlog. Over systemen die systeemkritiek de oorlog verklaren, maar zichzelf wel vrije democratie noemen.

Er loopt in Nederland een geruisloze operatie om de democratie te beschermen. En eerlijk gezegd: dat klinkt best goed. Wie wil er nou niet dat iemand de boel in de gaten houdt en opstaat tegen wie onze rechtsstaat wil ondermijnen? Geen weldenkend mens is vóór chaos.

Dus als de AIVD waarschuwt voor “anti-institutioneel extremisme” — mensen die het vertrouwen in onze instituties willen slopen — dan knik je mee. Stevig optreden tegen antidemocratische krachten, prima toch?

De kleine lettertjes

Maar lees dan de kleine lettertjes eens. Want wat ís die democratische rechtsorde die beschermd moet worden? De wetgever liet het in het midden. De AIVD echter niet. Op de eigen site staat het letterlijk: “Vertrouwen, zowel tussen burgers en overheid als burgers onderling, is het fundament van de democratische rechtsorde.”

Lees dat nog een keer. Want (gezond) wantrouwen in de overheid is daarmee geen mening meer. Het is kennelijk een aanslag op het fundament van onze samenleving.

En een (geheime) dienst mag daar wat mee. De wet geeft de AIVD de taak om onderzoek te doen naar wie een “ernstig vermoeden” geeft van “gevaar voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde”. In het rapport legt de dienst eerst keurig uit dat het níét zijn taak is “te oordelen over de juistheid van boodschappen” — om er één zin later aan toe te voegen dat het “echter wel noodzakelijk” is “de juistheid van specifieke boodschappen te beoordelen”. 

Keurig neutraal en apolitiek in de ene zin, waarheidsrechter in de volgende.

Wantrouwen is de vijand 

Want geweld hoeft er niet meer aan te pas te komen om extremistisch te zijn. Zo blijkt. Vind je dat de stikstofcrisis verkeerd wordt aangepakt? Dat is, aldus datzelfde rapport, precies het soort narratief waarmee een “kwaadaardige elite” de boeren zou willen onderdrukken. Heb je andere mening over corona of over het klimaat — ze staan allemaal in het rapport. En ze kwalificeren allemaal als gevaar voor de democratie. 

Besef goed. We hebben daarmee een systeem dat zegt: wie het systeem —de zittende macht, de instituties en poppetjes in onze vrije democratische rechtsorde— wantrouwt, is in beginsel een vijand van het systeem. Een vijand. Niet om wat diegene dóét, maar om wat ‘ie denkt. 

En tegen een vijand zet je ‘natuurlijk’ de zwaarste middelen in. We hebben, zonder dat iemand het hardop zei, kennelijk besloten dat het wantrouwen zélf de bedreiging is. Noem het geen toezicht, maar noem het wat het is: we verklaren, stilletjes, de oorlog aan het wantrouwen.

Houd dat vast. En denk met me mee.

Oorlog

Want er is een plek waar we precies de omgekeerde standaard hanteren. En daar is het helaas geen metafoor. Daar is het echt oorlog. In Oekraïne en Rusland.

Kijk eerst naar wat we thuis doen. Onze staat verklaart de oorlog aan het wantrouwen zelf. Aan iets volstrekt ontastbaars en misschien wel heel gezonds —aan kritiek, aan twijfel, aan een andere mening. En dát noemen we: de democratie beschermen.

Kijk dan naar Rusland. Rusland verklaart geen oorlog aan een mening. Z’n oorlog richt zich tegen iets heel tastbaars: een vijandig militair bondgenootschap dat met wapens en raketinstallaties tot pal aan de eigen grens is opgerukt, en dertig jaar lang genegeerde veiligheidseisen. En dát noemen we vervolgens: oorlogszucht.

Zie je de omkering? De kant die niets tastbaars tegenover zich heeft — onze staat, tegenover een handvol critici — mag “existentiële dreiging” roepen en krijgt gelijk. De kant die een heel leger aan haar grens ziet verschijnen, mag dat juist niet. Dan luidt het oordeel: agressor.

Hoe dunner de grond onder de angst, hoe serieuzer we ‘m nemen. Hoe harder en tastbaarder de grond, hoe sneller we ‘m wegwuiven.

Zelfde principe. Tegenovergesteld oordeel.

“Ja maar, Groot-Rusland”

Maar Rusland wil toch heel Oekraïne? De kwade genius Poetin die zijn zinnen heeft gezet op de Krim, vier oblasten — het rijk van weleer. En als we niet oppassen liefst heel Europa erbij? 

Als het Rusland om landjepik te doen was, had het dat allang gedaan; militair geen enkel probleem. Het gaat niet om een paar steden, niet om Kiev — die zou Rusland al jaren zó kunnen hebben innemen. 

En bedenk trouwens wat het Rusland überhaupt zou ópleveren. Het land zit op ’s werelds grootste aardgasreserves, stikt van de olie, de metalen en de mineralen en heeft ruimte in overvloed — West-Europa heeft het economisch nergens voor nodig. En het bezet houden van honderden miljoenen welvarende, vijandige Europeanen in een uithoek zonder noemenswaardige delfstoffen kost Rusland alleen maar levens en geld; er valt simpelweg niks te halen.

Het gaat Rusland dan ook om de existentiële zorg om de eigen veiligheid. En dat punt benoemt Poetin al bijna twintig jaar met opvallend veel consistentie: van München in 2007, via de conceptverdragen van december 2021 en het concept-vredesakkoord in Istanbul in 2022, tot aan de dag van vandaag.

Daarbij: het waren niet de Russen die jarenlang waarschuwden waar het negeren van die Russische zorg toe zou leiden — het waren de westerse bondgenoten zélf. De Amerikaanse ambassadeur in Moskou, William Burns, later jarenlang CIA-directeur, noemde Oekraïne in de NAVO al in 2008 “the brightest of all redlines”. Diplomaat George Kennan in 1997: “the most fateful error of American policy in the entire post-cold-war era”. En in Europa stonden Duitsland en Frankrijk in datzelfde 2008 bewust op de rem: Merkel en Sarkozy blokkeerden Oekraïnes NAVO-traject uit vrees Rusland te provoceren — een besluit dat Merkel later nog in haar memoires bevestigde. Het was juist Washington dat dóórduwde. Geen Kremlin-trollen dus; het westerse establishment dat z’n eigen leiders waarschuwde.

Dat beeld van een duivelse Poetin die simpelweg “Groot-Rusland” terug wil, klopt niet. Rusland verklaarde de oorlog niet aan “wantrouwen” — daar leeft het al sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie mee. 

Het verklaarde de oorlog aan wat er aan z’n grens werd opgebouwd. Een van de grootste legers van Europa, sinds 2014 door NAVO-landen getraind en bewapend; een bondgenootschap dat in dertig jaar opschoof van de Duitse eenwording tot aan de bijna 2.000 kilometer lange Russische grens. Raket ‘afweer’ (Aegis Ashore) in Roemenië en Polen waarvan Moskou zegt dat het net zo goed aanvalsraketten kan bevatten, raketten die — in Poetins eigen woorden — Moskou in zeven tot tien minuten zouden raken. En een oorlog in de Donbas die sinds 2014 zo’n 14.000 doden kostte, waaronder duizenden burgers.

Is het zó onbegrijpelijk dat Rusland dáártegen in het geweer kwam — eerst nog in de vorm van een beperkte “Special Military Operation”? En is dat onbegrijpelijker dan onze eigen overheid, die de oorlog verklaart aan iederéén die ook maar anders durft te denken?

Waar is de diplomatie?

En dan de vraag die er weinigen stellen, maar zaken pijnlijk duidelijk maakt. Als je vrede wilt — echt wilt — waar is dan de diplomatie gebleven?

Twee kernmachten hielden elkaar vroeger in evenwicht door voortdurend te práten. Niet uit sympathie. Uit welbegrepen eigenbelang: als de inzet het einde van de wereld is, neem je de angst van de ander serieus, of je nou wil of niet. Zo lag er in het voorjaar van 2022 in Istanbul een concept-akkoord op tafel — een neutraal Oekraïne in ruil voor garanties. Volgens de Oekraïense hoofdonderhandelaar zelf was dat de kern. Het was bijna rond.

Het was bijna rond. Totdat Boris Johnson naar Kiev vloog. Zijn boodschap was niet vrede, maar doorvechten: het Westen zou niets tekenen. Dat is niet mijn duiding — dat is wat de Oekraïense hoofdonderhandelaar er zelf over zei. En een Britse premier vliegt niet op eigen houtje een vredesakkoord aan flarden; hij bracht de boodschap van zijn bondgenoten over. Kort daarna lag de deal in de prullenbak — en bleek Oekraïne eens temeer geen soeverein land, maar een speelbal in andermans spel.

Natuurlijk is het te betreuren dat het tot een Russische inval kwam. Maar het liep zoals het liep omdat we op beslissende moment de zorgen van de ander níét serieus namen — en decennialang bleven provoceren met sancties, verdachtmakingen en internationale isolatie. Waarom geldt dat oude principe — de macht van de ander erkennen — ineens niet meer? Tegenwoordig lachen we om Rusland alsof het een knullig landje is waarmee je kunt sollen. Tot het misgaat.

Draai het om

Of, als je het écht wilt voelen, draai het helemaal om. Stel dat niet de NAVO maar het Warschaupact was blijven bestaan. De Sovjet-Unie bestond nog, en lijft land na land in. En op een dag zegt Moskou: goed nieuws, Canada hoort nu ook bij ons.

Er is daar namelijk een nieuwe president. Democratisch gekozen — kijk zelf maar — na een crisis die net op tijd langskwam. Soeverein recht van de Canadezen, toch? Daar moet Washington niet zo moeilijk over doen.

Zou Amerika dat slikken? Sovjetraketten op een paar minuten vliegen van het Witte Huis, en de rest van de wereld die zegt: niet zo wantrouwend, joh, het is toch gewoon je buurman? Je weet het antwoord al. En je weet het omdat je haarfijn aanvoelt wat een existentiële dreiging aan je eigen grens is.

Wie heeft er baat bij?

Dat is het ongemakkelijke. Je begrijpt Ruslands positie feilloos — zodra je ‘m omdraait. En je weet thuis ook best dat niet iedereen die de overheid wantrouwt een staatsgevaar is. Het enige wat die twee inzichten tegenhoudt is dezelfde reflex: het frame op voorhand geloven, zodat je de meetlat nooit hoeft om te draaien.

En neem van mij aan: ik hou me nog in. Ik begin niet eens over wie er verdient aan een oorlog die maar blijft duren, of over hoe “soeverein” en democratisch oud B-acteur en inmiddels volledig onverkozen ‘president’ Zelensky nou helemaal is. Dat laat ik nog even liggen.

De vraag is niet of Poetin een lieverd is. 
En niet of wantrouwen altijd terecht is. 

De vraag is wie er beter van wordt dat dát de enige vragen zouden mogen zijn.


Bronnen: AIVD (“Wat wordt bedoeld met democratische rechtsorde?” en het rapport “Anti-institutioneel-extremisme in Nederland”), Vladimir Poetin (Munich Security Conference, 2007; uitspraken december 2021), George Kennan (New York Times, 1997), William Burns (telegram “Nyet Means Nyet”, WikiLeaks, 2008), Angela Merkel (France24; memoires via Euronews), NAVO-steun aan Oekraïne sinds 2014 (briefing Brits Lagerhuis), Aegis Ashore (RFE/RL; Atlantic Council), Russisch-Oekraïense grens (Wikipedia), Russische aardgasreserves (Worldometer), OHCHR (VN, Donbas-slachtoffers t/m 2021), David Arakhamia (Ukrajinska Pravda, 2023), Samuel Charap & Sergey Radchenko (Foreign Affairs).

Bron; Stefan Noordhoek

Vergelijkbare berichten