HET GESPREK DAT NIEMAND MOCHT HOREN… (Met een knipoog).

Met een knipoog…

Het is al een paar weken geleden dat het gebeurde. De avond viel over Den Haag en ik was nog een beetje aan het nagenieten van een zomerse zondag in een knus restaurantje. Na een kwartiertje kwam er opeens een delegatie goed geklede uitsmijters binnen met een blik van “Iedereen wegwezen.” Rebels als ik ben bleef ik gewoon zitten, en tot mijn verbazing kwamen achter het cordon veiligheidsbekleders de heren Rutte en Gates binnen wandelen.

Onze minister-president met zijn soepele tred en eeuwige glimlach, en de meest befaamde doctor zonder opleiding met een enigszins stijf postuur en verkrampte trek rondom zijn ietwat zuinige mond. Ze namen plaats aan een tafeltje zo’n drie a vier meter vandaan waar ik zat. Voldoende afstand dus. Dat gold echter niet voor de heren zelf. Sterker nog, regelmatig kroop men tijdens het gesprek steeds dichter naar elkaar toe, zeker op momenten dat de lachsalvo’s van onze Mark tot ongekende hoogte reikten. Helaas kon ik niet het hele gesprek opvangen vanwege die vervelende afstand, maar ik wil jullie toch niet onthouden van wat ik wel hoorde. Nou, hier gaan we dan…

“Zeg Mark, hoe gaat het?”

“Prima Bill, alles onder controle.”

“WAT is er precies onder controle, Mark?”

“Nou, het virus natuurlijk. Geen doden meer, geloof ik. Jaap zei laatst dat degene die nu nog als “doden” worden gerapporteerd van weken geleden zijn, en ook niet aan het virus gestorven zijn. En die besmettingen zouden met name vals positieven zijn. Ik begrijp dat niet zo goed, Bill. Waarom kunnen ze niet een accurate test maken?”

Bill moest een beetje smadelijk lachen om deze ietwat naïeve opmerking van onze Mark.

“Nou, kijk, als die testen accuraat zouden werken, dan zijn er nauwelijks nog positieve gevallen. Of, nog erger, misschien geen enkele meer. Begrijp je? Dan wordt het ineens heel stil, en dat willen we niet. Dus veel testen, kerel.”

Mark knikte instemmend, maar begrijpen deed hij het nog niet helemaal.

“Maar dat testen is toch niet nodig als mensen niet meer ziek zijn?”

“Mark, je begrijpt het niet. Veel testen levert veel besmettingen. En daar gaat het om. De angst moet er natuurlijk wel een beetje in blijven. Anders kunnen we de mensen niet meer bereiken.”

Bill liet even een pauze vallen, zodat de woorden konden inzinken bij zijn tafelgenoot.

“En zorg nou ook dat je dat woord “positieve testen” niet meer gebruikt. Het zijn besmettingen, Mark. Be…smet…tingen!”

“Oh, dacht dat Jaap me toch iets anders vertelde.”

“Die moet gewoon doen wat hem vertelt wordt. Daar betalen we hem tenslotte voor.”

Mark leunde wat naar achteren, lichtelijk geïrriteerd door deze laatste minachtzame opmerking. Een rood wijntje gleed langzaam zijn keel in. Voor Bill slechts een zuinige spa blauw.

“Mark, dat is niet echt datgene wat je onder controle moet houden.”

“Oh nee, wat dan?”

Onze Mark was zichtbaar aangedaan door de koele blik die plotseling in de ogen van onze stoïcijnse wereldverbeteraar verscheen.

“De bevolking, Mark! Het sentiment onder de mensen. Je bent toch niet vergeten waar we heen willen?”

“Nee nee, tuurlijk niet! Ik roep nog steeds dat we afstand moeten houden. Dat het anders weer helemaal mis gaat. En Jaap doet nog steeds prima mee. De media ook, trouwens. Het gaat lekker. Volgens mij zitten we op koers.”

“Dat is goed om te horen, Mark.”

“Ja hoor. We hebben zelfs wat versoepeld. Zelfs de dames van plezier kunnen weer lekker los.”

“Dat heb ik gemerkt. Het was weer als ouderwets in Amsterdam. De rode lampjes, bedoel ik. En de dames natuurlijk…”

“Nu nog de toeristen, Bill. Dat is toch wel een probleem. Komt niet veel toeristenbelasting binnen, he. En ook de horeca klaagt steen en been. Ze vertrouwen Femke ook al niet meer.”

“Femke wie? Nooit van gehoord.”

“Oh, dat is de burgemeester van Amsterdam. Verder niet zo spannend, Bill. Beetje tegendraads type, maar inmiddels weer volledig in het gareel.”

De lach bij onze Mark was weer helemaal terug. En ook de zelfverzekerde houding waarmee hij talloze moeilijke gesprekken in het verleden tot een goed einde wist te brengen. Hij leek weer helemaal de oude, volledig “in control.”

“Gisteren was ik nog bij Angela. Je krijgt nog de groeten van haar.”

“Oh dank je, Bill. Ja, hoe is het daar nu?”

“Uh, beetje meer van hetzelfde. Goed op koers. Lekker afstand houden. Alhoewel die Duitsers wel flink tekeer kunnen gaan. Mijn hemel, wat een stelletje raddraaiers zijn dat. Maar Angela zit erbovenop. En Ursula ook. Goed tandem die twee.”

“Ursula, wie?”

“Ursula, van de EU!”

“Oh, die…. Ja, ik ben slecht met namen, Bill. Ja, ze doen het lekker toch, die twee. Ik las dat Angela de kinderen bij hun ouders vandaan wil halen, als ze tegenstribbelen met die hele Corona-kermis. Wel heftig, als je het mij vraagt. Hier moeten we alle zeilen bijzetten om die noodwet er doorheen te krijgen.”

“Och, niks mis mee. Af en toe moet je even duidelijk maken wie de baas is. Het gaat om “the big picture,” Mark. Daar moet alles voor wijken. En die wet bij jullie. Dat komt allemaal goed. Hugo is een goeie. Beyonce mag hem ook. Prima toch?”

“Ja, en Ali B ook!”

Mark schaterde van het lachen, maar Bill’s gezicht vertrok geen spier. Hij had natuurlijk ook nog nooit van onze nationale knuffelbeer gehoord.

“Kijk, als jullie nou de mensen op afstand houden, en die media alleen ons verhaal laat vertellen, dan kunnen wij rustig verder ons ding doen. Die Tedros doet ook lekker mee. Iedereen happy, toch?”

“Trouwens, even wat anders. Ik kreeg laatst die “Covi-Pass” op mijn bureau. Opgestuurd vanuit een of ander bedrijf in Engeland. Wat moet ik daarmee?”

“Maar Mark, weet je dat niet?”

“Uh …. Nee. Joh, dat spul heb ik allemaal gedelegeerd aan Hugo. En als hij zegt dat het goed komt, dan vertrouw ik daarop.”

“Die pas, Mark, die is slechts voor een tijdje nodig. Zie het als een eerste opstapje naar het echte werk.”

“Hoe bedoel je dat?”

“Nou, totdat we die digitale informatie in ieders lichaam krijgen natuurlijk. Je bent echt het plan vergeten, he?”

“Tuurlijk niet, Bill. Kom op zeg. Trouwens, heb je mijn cheque nog ontvangen?”

“Ja, Melinda was er weer blij mee. Kan ze weer effe lekker van los gaan.”

Mark verslikte zich bijna in zijn rode wijn, doch herpakte zich rap.

“Maar Bill, ik dacht dat dat bestemd was voor je Foundation?”

“Is het ook! Belastingvrij. Dat scheelt weer een slok op een borrel. Maar dat is natuurlijk “peanuts,” Mark. Ik zie het als een teken van goede wil.”

“Tja, dat ben ik zeker. Je kunt op me rekenen. En onze Hugo ook. Hij doet het fantastisch. Heeft het vaccin al gekocht bij die Zweden.”

“Ja, ja, heel goed. Ursula heeft het ook al voor elkaar dat we met die genetische manipulatie aan de slag kunnen. En dan zijn we weer een stapje dichterbij.”

“Dichterbij wat precies, Bill?”

“Ach, dat is niet zo belangrijk. Je hoeft niet alles te weten.”

Mark lachte een beetje schaapachtig, lichtelijk teleurgesteld dat hij niet in alle geheimen van Big Bill werd toegelaten. In de tussentijd begon ik me steeds onpasselijker te voelen. Alsof ik in een slechte Sci-Fi film zat waar ik maar niet uit kon ontsnappen. Terwijl het eten toch echt verrukkelijk was.

“Kijk, in mijn tijd bij Microsoft heb ik natuurlijk wel het een en ander over virussen geleerd. De belangrijkste les is dat ze altijd terugkomen. Als je er tenminste geen virus-killer op zet. En dat is precies wat we niet moeten hebben.”

“Maar … ik dacht dat we moeten proberen om het virus onder controle te houden. Daarom doen we toch die 1.5 meter, en straks al die mondkapjes?”

“Ja, Mark, dat is ook zo. En dat moet je ook vooral blijven roepen.”

“Maar dan is het toch goed als er een medicijn komt, of iets anders waardoor we de levens van zoveel onschuldige mensen kunnen redden. Dat is mijn taak als redder des vaderlands.”

“Tuurlijk Mark, red jij nou maar je landgenootjes, dan zorg ik dat ze er aan de achterkant weer afvloeien.”

“Afvloeien? Uh … hoe bedoel je dat precies, Bill?”

Op dit moment van het gesprek zette Bill zijn bril af. Hij frunnikte wat aan zijn paarse trui die echt voor geen meter stond, en keek wat in het luchtledige. Toen leunde hij wat naar voren, alsof hij daarmee zijn volgende woorden wat meer gewicht wilde geven.

“Zie je nou niet dat we met veel te veel mensen op deze aarde zitten? Kijk naar al die hongerende kindertjes in Afrika. De sloppenwijken in al die groten steden. De opwarming van de aarde en alle natuurrampen die dat voorbrengt. Nee, Mark, de enige oplossing is een decimering van de bevolking. En niet een beetje, maar BIG TIME. En wel rap een beetje.”

“Jeetje, dus daar ben je mee bezig?”

“Ik niet alleen. Gelukkig hebben veel mensen het licht al gezien. We moeten de gezondheidszorg en vaccins gebruiken om ons doel te bereiken. Onze vriend Tedros heeft inmiddels alle stoppen eruit getrokken. De paniek lekt van alle kanten.”

Een satanisch lachje kwam over Bill’s gezicht, waar zijn koele ogen als zware raven op de uitkijk stonden. Op dat moment keek hij mijn kant op. IJskoude rillingen gierden door mijn lijf. Zoiets had ik nog nooit gevoeld. Ik haalde een paar keer diep adem om weer bij zinnen te komen, net op tijd om onze Mark weer te kunnen verstaan.

“Je sprak net over een doel bereiken. Welke doel precies, Bill?”

“Nou, dat lijkt me duidelijk. Minder kwantiteit aan mensen, meer kwaliteit van leven. De meeste mensen hebben straks geen baan meer. Dat zie je nu al gebeuren. Al die werklozen omdat we de economie “On Hold” hebben gezet. Tevens nemen robots steeds meer werk over. Om toch te kunnen leven, geven we iedereen een basis inkomen. Niet te hoog natuurlijk, want we gaan de geldkraan wel steeds meer dicht draaien. Totdat we geen geld meer hebben. Alleen maar digitaal. Kijk, daar komt mijn oude hobby weer goed van pas.”

Je zag Mark denken. “Robots als motor van de economie die de mensen massaal werkloos maakten? Een universeel basis inkomen zoals ze in Spanje nu al gingen invoeren? En digitaal geld, geen cash meer, geen creditcards? Dat klonk meer als Sci-FI socialisme dan…” Het duizelde hem voor de ogen en zijn liberale hart sloeg een flinke slag over. Maar voordat hij zijn gedachten enigszins kon ordenen, ging Bill alweer verder. Een welhaast bezeten blik in zijn ogen, als een tijger loerend op zijn prooi.

“We gaan het menselijk lichaam, uitgerust met AI, koppelen aan allerlei toepassingen. Een daarvan is het betalingssysteem. Het patent daarvoor hebben we al op zak. We moeten alleen toegang krijgen tot ieders lichaam. En daar hebben we dat vaccin voor nodig. En daarvoor gebruiken we dat virus, onder andere. Dat is het spel. En daar mag jij jouw rol in spelen. We gaan samen geschiedenis schrijven, Mark. Een nieuwe wereld!”

“Ja, dat is zeker een mooi streven, Bill. Ik was effe verward, maar nu zit ik weer helemaal op je lijn. Levenskwaliteit, daar gaat het mij ook om. En natuurlijk nog een beetje langer zitten op het pluche, als je begrijpt wat ik bedoel.”

“Komt goed, Mark. Als jij nou gewoon jouw ding doet en je laat ons ons ding doen, dan kunnen we daar wel voor zorgen.”

Toen volgde zo’n 10 minuten waar ik vrijwel niets van kon opvangen. Het viel me wel op dat Mark’s gezicht hoe langer hoe bleker werd, en dat Bill een steeds groter deel van het gesprek voor zijn rekening nam. Intussen was mijn dessert bijna op en begon de kelner steeds zenuwachtiger rondom mijn tafeltje te zwerven. Het was klaarblijkelijk tijd om te vertrekken. Toch kon ik nog een paar laatste flarden van het gesprek opvangen.

“Wanneer komt dat vaccin er nu, Bill?”

“Nog even geduld, Mark. We moeten eerst weer een nieuwe crisis creëren. Het sentiment moet weer omslaan. De angst is een beetje weggeëbd. Mensen beginnen weer en beetje normaal te doen. Dit is niet de tijd om nu het vaccin los te laten. Wacht op het nieuwe griepseizoen. Dan moet het gebeuren! En dan gaan die wetten er heel makkelijk door heen. Kijk maar naar Spanje. Die hebben nu al een paar zaakjes goed geregeld. De 1.5 meter, de boetes, mondkapjes. Complimenten! Kunnen jullie nog een puntje aan zuigen…”

Je zag onze Mark weer denken. “Was dit vanaf het begin het plan geweest? Om de hele wereld te chippen, te censureren, en te controleren? En zou het vaccin al lang klaar zijn, stilletjes wachtend op het juiste moment om het daglicht te zien? En zou het een middel kunnen zijn om de wereldbevolking te verminderen? Mijn hemel! Maar hoe dan? Zou het mensen doden? Vrouwen onvruchtbaar maken? Nee, dat kan toch niet…” Hier stopte Mark zijn eigen gedachten. Hij wilde er niet dieper op ingaan, het zou teveel voor zijn nuchtere verstand zijn geworden. Dus, zoals zijn welbespraakte spindoctor hem jaren terug al geleerd had, herpakte hij zichzelf en met een zelfverzekerde lach ging hij verder.

“Jazeker. Goed plan, man! Trouwens, Bill, ga jij ook dat vaccin nemen?”

“Wie? Ik? Wat denk je nou? Kijk, er moeten wel nog een paar intelligente mensen overblijven om de boel te bestieren. Ook al zijn het er straks veel minder, we moeten de meute wel in bedwang houden. Artificial Intelligence, Mark, dat is het toverwoord. Daarmee beheersen wij straks niet alleen het lichaam, maar ook de geest van mensen. En dan zijn we waar we moeten zijn. Nee, mijn werk zit er zeker nog niet op.”

Mark kon het allemaal niet meer bevatten. Je zag het duizelen in zijn hoofd. Zelfs die gemaakte glimlach kon zijn verwarring niet meer versluieren.

“Oké, ik moet nu gaan. Vliegtuig staat klaar. Macron morgen. Overmorgen Johnson. Dan weer terug naar de States. Naar oom Donald.”

“Tja, die heeft het niet gemakkelijk, he Bill?”

“Zijn grote mond brengt hem keer op keer in de problemen.”

“Tja, … dan ben ik tenminste niet de enige die dat vind, haha.”

Mark barstte bijna in een van zijn hilarische lachbuien uit, maar “Uncle Sam’s” gezicht stond op onweer.

“Wij zijn klaar met hem!”

Mark viel stil, en zijn gezicht trok witjes weg. En zo bleven beide heren een tijdje zitten. Stilzwijgend. De een overdonderd en onzeker, de ander zelfverzekerd en onheilspellend. Aarzelend hervatte Mark het gesprek dat eigenlijk nooit een echt gesprek was geweest.

“Oh … uh … echt waar?”

“We hebben chaos nodig. Opstand. Geweld. Daarom hebben we die BLM beweging weer van stal gehaald. En nog een paar van die bruikbare idioten”

“Ja … uh … die zijn hier ook goed bezig, Bill.”

“Ik weet het, Mark. Het is allemaal onderdeel van het plan. Nou, ik moet nu echt gaan.”

Bill zette zijn bril weer op, waarna beide heren opstonden en elkaar nog maar eens stevig de hand drukten. Ik had de indruk dat Mark hem wilde omhelzen, maar zijn compagnon moest kennelijk niks hebben van dat kleffe gedoe. Ze maakten nog een fotootje voor de paparazzi die buiten stonden te wachten, en toen verdween de machtigste doch minst gekwalificeerde doktor en farmaceut op deze aarde in een zwarte, geblindeerde Mercedes. Twee bodyguards volgden hem.

Mark pakte zijn fiets en wuifde nog eenmaal naar alle journalisten. Toen verdween ook hij in de duisternis van de nacht. Alleen. Een ervaring rijker, een illusie armer. Zijn enige licht, een zwak fietslampje…

Angelo Meijers,  21 aug. 2020

Opmerking redactie:

Dit verhaal zal waarschijnlijk heel dicht bij de waarheid zitten. Immers de plannen van agenda 21 worden overduidelijk uitgerold.

 

Loading